skip to Main Content
| 06 - 116 280 66

Hoe werkt het zorgverleningsproces?

In een eerdere blog hebben we stil gestaan bij de verschillende modellen in de gezondheidszorg, welke gebruikt kunnen worden voor het klinische redeneren van de zorgverlener. Dit is niet het enige waarvan wij gebruik maken in het klinische redeneer proces. Natuurlijk ook de kennis die wij hebben op gedaan over anatomie, fysiologie en pathologie  om de oorzaak te kunnen duiden. Samen met jouw bepalen we welke therapeutische interventie er wordt ingezet. Elke behandeling evalueren we hoe het gegaan is. Gaat het proces niet zo als er valt te verwachten dan zullen we samen gaan afwegen wat wellicht een andere betere strategie is om je klachten/beweegprobleem op te lossen. Eenvoudig gezegd is het klinische redeneer proces wat gedurende het hele behandeltraject doorgaat.

Waarom is er in de fysiotherapie geen standaard protocol?

Doordat niet iedereen het zelfde is, en het zelfde op de behandeling reageert. Is het niet zinvol om met standaard behandelplannen te werken. Dit neemt niet weg dat er richtlijnen zijn. Richtlijnen zijn goede hulpmiddelen om de kaders vorm te geven, naast de kennis die er is over de betreffende herstelprocessen. Waardoor wij als fysiotherapeut wel een inschatting kunnen maken over wat helpend kan zijn in de betreffende herstelfase.  Het blijft altijd maatwerk waarbij het finetunen is naar de passende strategie voor jouw als patiënt.

Binnen de gezondheidszorg bestaan er ook verschillende benaderingswijzen modellen die gebruikt worden. Het een is niet fout, het heeft te maken met een manier van werken, kijken en het probleem benaderen. Welke manier er gebruikt wordt maakt verschil. Belangrijk is om te realiseren dat veel methoden’s helpen om de complexe werkelijkheid eenvoudiger te bekijken en beoordelen.

Wat is de structurele benadering?

Wat het meeste gebeurt binnen de gezondheidszorg is de structurele benadering. De structurele benadering kijkt naar pijn, pathologie, ontsteking, vermoeidheid en stress. Door de lokale problemen gaan de spieren in de omgeving een reactie geven. Door bijvoorbeeld meer of juist minder spanning te genereren. Hierdoor ontstaat er een musculair disbalans en ga je zeer waarschijnlijk ook anders bewegen.

Dit wordt ook wel gezien als de pijnklacht georiënteerde benadering. Er wordt gekeken naar de pijn locatie welke structuur er is aangedaan. Artsen kunnen eventueel röntgenfoto’s of andere beeld vormende diagnostiek aanvragen. Vaak wordt de behandeling alleen gericht op de betreffende klacht.

Als dit niet voldoende werkt of de klachten steeds terug blijven komen, kan het soms zinvol zijn om op een andere manier naar de klacht te kijken. Een andere manier van benaderen kan de functionele benadering zijn.

Wat is de functionele benadering?

Bij de functionele benadering is het uitgangspunt dat als de stand van een gewricht veranderd er ook een verandering plaats vind in de proprioceptieve input. Proprioceptie kun je zien als de positie zintuigen waardoor je weet in welke stand het gewricht staat, waar je arm bevind t.o.v. je lichaam. Deze prikkels worden in de hersenen verwerkt waardoor er in het lichaam posities aangepast kunnen worden. Als een gewricht van stand veranderd zal dit leiden tot musculair disbalans wat er voor zorgt dat beweegpatronen veranderen. Eigenlijk wordt er in deze benadering gezegd dat je bij een stoornis in het bewegingsapparaat niet uit moet gaan van een lokaal probleem. Maar dat je dit moet zien als onderdeel van het lichaam, er wordt gedacht in beweging, beweegketens en houdingsketens.

Hier zijn natuurlijk ook onderbouwing voor. In dit blog bericht zullen wij je  (kort) meenemen in een aantal concepten die er bestaan.

  • Tensegrity:

Het lichaam wordt bij elkaar gehouden door bindweefsel, ook wel fascia genoemd. De laatste jaren wordt er steeds meer over de fascia beschreven mede doordat de onderzoekstechnieken zijn verbeterd.

Binnen Tensegrity wordt er vanuit gegaan dat ons lichaam 1 geheel is. Dit geheel wordt bij elkaar gehouden door trekkrachten. Door druk en trekkrachten op een lichaamsdeel wordt er via de fascie aanpassingen in het gehele lichaam plaats. Dit betekent dat er eigenlijk geen geïsoleerde bewegingen plaats vinden.

Wat wellicht nog even goed is voor de beeldvorming dat de afbeeldingen zoals in de anatomie boeken dat een spier daar aanhecht en daar dus stopt. Binnen het tensegrity model niet het geval is. De structuren lopen vloeiend in elkaar over.

  • Het Dynament model

Dit model gaat er vanuit dat de structuren rond een gewricht niet parallel geschakeld maar serie geschakeld zijn van bot -> fascie -> spier -> fascie -> bot. In dit model wordt er vanuit gegaan dat de spieren dus niet aan het bot vast hechten maar aan het gewrichtsbindweefsel. In dit model zouden de gewrichtsbanden geen passieve structuren zijn, maar zou door aanspannen van de spier een deel van het kapselbanden op rek komen. En daardoor dus bijdragen aan de stabiliteit.

  • Het sensomotorische systeem

Er zijn verschillende proprioceptie.

  1. Mechanoreceptoren, mechanoreceptoren reageren op mechanische veranderingen. Geven o.a. de standen van de gewrichten door.
  2. De spierreceptoren, er zitten sensoren in de spier om de lengte van de spier te monitoren. In de pezen vinden we de Golgi pees receptoren die de spanningen meten. Deze receptoren hebben een belangrijke functie in het beschermen van de spieren.
  3. De exceroreceptoren, zijn de sensoren die reageren op het beweging van de huid. Door bewegen komt een deel van de huid op rek.
  • Ketens

Er worden in de theorie 4 ketens van elkaar onderscheiden. Deze 4 ketens werken natuurlijk niet los van elkaar.

  1. Gewrichtsketens

In de gewrichtsketen zien we dat alle gewrichten elkaar beïnvloeden. Doordat de botten in een bepaalde positie staan wordt de houding bepaald. De houding bepaald mede weer hoe je kan bewegen.

  1. Spierketens

Er zijn verschillende auteurs geweest die de spierketen theorie hebben beschreven. Janda is een veel besproken theorie. Janda ging uit van

  • synergisten samenwerking van spieren en spierketens.
  • Binnen de ketens wordt er uit gegaan van een strek, buig en een romp keten. Waarbij de romp keten bestaat uit een voorste, achterste en een rond lopende keten.
  • Myofasciale keten: De fascie is belangrijk voor het maken van bewegingen. De fascie vormt de verbinding tussen de spier en het bot en kan daardoor trekkrachten uitoefenen. De fascie is vaak de aanhechtingsplaats voor spieren.

3. Bindweefselketens

4. Neurologischeketens

Samenvattend

Zoals in de inleiding al genoemd, zijn de verschillende modellen een manier om de complexe werkelijkheid te vereenvoudigen waardoor het probleem makkelijker geanalyseerd kan worden. Welk klinische redeneer model of benadering er gekozen wordt, er zijn altijd beperkingen, omdat wij als zorgverleners nog steeds niet alles weten van het menselijk lichaam. Wij doen allemaal ons best om jouw te helpen. Wij zien soms een second opinion waarbij het soms blijkt dat een andere behandelstrategie voor de betreffende cliënt een beter effect heeft. Dat is niet omdat mijn collega het niet goed heeft gedaan, maar er zijn andere keuzes gemaakt in het behandel traject. Die keuze’s zijn achteraf niet effectief zijn gebleken. Soms komt het ook voor dat persoonlijke factoren niet goed genoeg zijn meegenomen in het behandel traject. Maar soms kan het ook zijn dat de functionele benadering een beter resultaat oplevert voor jouw beweegprobleem, omdat hierbij gezocht wordt naar de oorzaak van de klacht. Kortom in ons klinische redeneer proces zijn er veel stappen die wij kunnen meenemen om mee te denken aan een passende oplossing voor jouw beweegprobleem. Dit maakt nu juist waarom ieder behandelproces anders is.

Wil jij dat wij meedenken en meekijken om jouw klachten met bewegen op te sporen en op te gaan lossen? Ben jij toe aan de oplossing die voor jouw persoonlijk wel werkt? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen je graag!

 

Willemijn & Leonie
Willemijn & Leonie

 

 

 

 

 

 

Bronnen bij deze blog zijn:

  • Aman  J.E., N. Elangovan, I-LingYeh en J. Konczak. The effectiveness of proprioceptive training for improving motor function: a systematic review. Frontiers in Human Neuroscience. January 2015 Volume 8 Article 1075 pp.1-18
  • Becking-Linthorst L., Pijnloos bewegen begint bij de voeten. Een praktische gids op basis van de bewegingsanalyse van Rudolf Laban en de therapie van Mida Schutte. Boekengilde 2014
  • Busquet L., Las cadenas musculares. Editions Frison Roche 2006
  • Larsen, C. Füße in guten Händen. 3e druk. Thieme, 2014
  • Moree JJ. Dynamiek van het menselijk bindweefsel. Bohn Stafleu van Loghum. 2014
  • Myers, T.W. Anatomy Trains. Elsevier 2009
  • Myers T. Dynamic Ligaments. Re-visioning the Fascia as a Body-Wide Regulatory System. Massage Magazine Maart 2011 pp.58-62
  • Page P., F. Clare, R. Lardner. Assessment and Treatment of Muscle Imbalance. The Janda Approach. Human Kinetics, 2010.
  • Richter P, E. Hebgen Trigger Points and Muscle Chains in osteopathty. Thieme 2009
  • Rolf, I. Rolfing. Reestablishing the natural alignement and structural integration of the human body for vitality and well-beeing. Healing Arts Press. 1989
  • Schleip R. Fascia in Sport and Movement. Handspring Publishers. 2007
  • Struyf-Denys G. De spier- en gewrichtskettingen. E. Guyot 1987
  • Ward G. What the Foot? Soap Box Books 2013

Wij voeten trainers